Vier elementen (01BK03B02)
Samenvatting van de opdracht
Aarde, water, lucht en vuur. Bij deze opdracht ga je deze vier elementen zo goed mogelijk in beeld brengen met plakkaatverf, in vier kleine schilderijtjes op één blad.
Gegevens van deze opdracht
- Maximaal aantal lesuren voor deze opdracht: 2,5
- Belangrijkste beeldaspect(en): kleur,
- Soort ondergrond (drager) en formaat: Papier 44 x 32 cm - liggend
- Benodigde materialen: eerst B-potlood, puntenslijper en gum; later: plakkaatverf uit de verfdoos, witte plakkaatverf uit de fles, penselen, waterbakje, onderlegvel om de tafel schoon te houden.
- Hanteringswijze(n): Tekenen, kleuren mengen, transparant schilderen, dekkend schilderen.
- Weging: 5
- Invalshoek(en): waarneming
Werkzaamheden per les (de les waar je nu mee bezig bent, is in rood weergegeven).
Gewerkte uren aan deze opdracht: 0
- Les 1: Teken de kaders, zoek van elk van de vier elementen en sla de afbeeldingen op. Maak vier schetsjes en schilder met transparante verf de lichtste kleuren
- Les 2: Verhoog het contrast, accentueer de details en maak de lichtste plekken lichter met witte verf.
- Les 3: Werk de tekening verder af.
Uitleg
Aarde, water, lucht en vuur. Al sinds de oudheid werden deze vier beschouwd als de vier elementen waaruit de wereld bestaat.
Bij deze opdracht ga je deze vier elementen zo goed mogelijk in beeld brengen in vier kleine schilderijtjes op één blad.
Gebruik in de vier schilderijtjes alleen organische vormen (dus teken geen gebouwen, voertuigen e.d.)
Kies voor elk element een vorm waarin het element zich op een spectaculaire manier toont.
Aarde, bijvoorbeeld:
- bergen
- canyons
- rotsen
- duinen
- zandverstuiving
Water, bijvoorbeeld:
- woeste zee
- golven
- reflecties
- rimpeling
- waterval
Lucht, bijvoorbeeld:
- wolkenlucht
- wervelstorm
- orkaan
Vuur, bijvoorbeeld:
- haardvuur
- bosbrand
- vulkaan
- vuurspuwer
Werkvolgorde
- Deel om te beginnen een vel papier van 32 x 44 cm in zoals op het voorbeeld helemaal onderaan deze pagina is weergegeven. Zo ontstaan vier kaders van 14 x 20 cm.
- Zoek van elk van de vier elementen (aarde, water, lucht, vuur) een afbeelding (op je tablet) en sla de afbeeldingen op.
- Maak met een B-potlood vier schetsjes naar aanleiding van de gekozen afbeeldingen. Houd het eenvoudig met niet te veel detail.
- Schilder met waterige, transparante verf de lichtste kleuren, zoals de luchten, landschappen in de verte en de 'basiskleur' van de het schilderijtjes. Gebruik ABSOLUUT GEEN ZWART EN GRIJS; en in dit stadium ook geen wit! Werk om beurten aan de vier schilderijtjes en laat iedere verflaag drogen voordat je verder gaat.
- Maak de kleuren die je op het papier gaat zetten altijd door verschillende kleuren uit je verfdoos met elkaar te mengen. Gebruik nooit kleuren rechtstreeks uit je verfdoos.
- Zorg op het papier voor een grote variatie aan kleuren. Maak verschillende structuren door de kleuren op verschillende manieren op te brengen: varieer de manier waarop je de verf opbrengt (= verftoets).
- Donkere kleuren maak je door complementaire kleuren te mengen. Donkergrijs krijg je door cyaan en vermiljoen met elkaar te mengen en ook de andere complementaire kleuren leveren met elkaar gemengd mooie grijzen op. Gebruik geen zwart, grijs of wit.
- In een tweede ronde maak je het contrast (verschillen tussen lichte en donkere kleuren) groter. Zet transparante (= doorzichtige) laagjes verf over de vorige lagen heen. Blijf steeds variëren in kleur en structuur.
- In de laatste ronde ga je nog eens met een schaduwkleur over de donkerste plekken heen en schilder je met die schaduwkleur donkere details. Met witte verf (uit de fles) maak je tenslotte de lichtste plekken waar nodig weer lichter.
- Ga hiermee verder totdat je helemaal tevreden bent.

De werkwijze van het schilderen aan de hand van één van de elementen: aarde.

Verdere informatie.
Wat ga je door deze opdracht leren?
Je leert op veel verschillende manieren schilderen.