Atelier Emmaus

File tekenen met sjablonen (01BK03C02)

Afbeelding

Samenvatting van de opdracht

Je gaat sjablonen maken en met behulp van die sjablonen een file tekenen.

Gegevens van deze opdracht

  • Maximaal aantal lesuren voor deze opdracht: 2
  • Belangrijkste beeldaspect(en): vorm, ruimte
  • Soort ondergrond (drager) en formaat: 44 x 32 cm, liggend formaat.
  • Benodigde materialen: potlood, schaar, eventueel gum en puntenslijper. Tenminste drie kleine baadjes (16 x 22 cm) om de sjablonen uit te knippen.
  • Hanteringswijze(n): tekenen en uitknippen van de sjablonen. Daarna de sjablonen gebruiken voor het tekenen van verkeersdrukte.
  • Weging: 4
  • Invalshoek(en): waarneming

Werkzaamheden per les (de les waar je nu mee bezig bent, is in rood weergegeven).

Gewerkte uren aan deze opdracht: 0

  • Les 1: Maak drie sjablonen en teken de eerste voertuigen.
  • Les 2: Teken boven de eerste rij voertuigen nog een paar rijen. Zorg ervoor dat iedere rij de volgende gedeeltelijk overlapt.

Uitleg

Een brede weg staat vol met verkeer. We kijken op die weg en zien al het verkeer staan.
Neem een klein velletje dik papier (16 x 22 cm - vraag bij je docent).
Teken daarop de vorm van een voertuig van opzij gezien.
Knip de vorm van het voertuig uit. De uitgeknipte vorm noemen we een sjabloon. Je kunt zowel de vorm als de restvorm als sjabloon gebruiken.


Maak voor ten minste drie soorten weggebruikers en/of hun voertuigen een sjabloon. Meer mag natuurlijk ook.


Weggebruikers en voertuigen van weggebruikers kunnen zijn:

  • trams
  • personenauto's
  • bestelauto's
  • trekkers
  • vrachtauto's
  • touringcars
  • brommers
  • vespacars
  • fietsers
  • ruiters
  • scootmobielen
  • enz.

Met behulp van je sjablonen teken je een vel papier van 32 x 44 cm vol met voertuigen. Je mag ook met iemand aan je tafel samenwerken en sjablonen met hem of haar ruilen.

Let bij het tekenen op het volgende:

  • Begin met de onderste rij voertuigen.
  • Laat het verkeer niet ophouden aan de randen van het papier. Vormen worden 'afgesneden'.
  • Teken de eerste rij voertuigen niet precies op de onderrand van je papier, maar iets daarboven.
  • Door de vormen achter elkaar te tekenen moet het gaan lijken of er diepte in de tekening zit.
  • Hoe dichterbij de voertuigen moeten lijken te staan, hoe lager in het vlak je ze moet tekenen.
  • Vormen die dichterbij staan, overlappen vormen die verder weg staan (dus hoger in het vlak). Met 'overlappen' bedoelen we dat ze die vormen gedeeltelijk onzichtbaar maken doordat ze ervoor staan.
  • Gebruik grote vormen op de voorgrond en kleinere verder naar achteren.

Verdere informatie.

Wat ga je door deze opdracht leren?

bij deze opdracht leer je werken met overlapping en afsnijding.





PRINT Stampa pagina