'Bezoekers moeten de mogelijkheid krijgen zich te identificeren met de mensen achter de voorwerpen.'
Frans Bevers
Vanwege de enorme toestroom van toeristen heeft de gemeente Pompeï besloten tot de bouw van een archeologisch themapark en het opgravingsgebied nog maar beperkt open te stellen. Je gaat een paviljoen ontwerpen voor dit themapark.
Gewerkte uren aan deze opdracht: 0
Vanwege de enorme toestroom van toeristen (bijna 4 miljoen per jaar) en de te grote belasting die dat oplevert voor het kwetsbare archeologische erfgoed, heeft de gemeente Pompeï besloten tot de bouw van een archeologisch themapark en het opgravingsgebied nog maar beperkt open te stellen.
Dat themapark moet voor oud en jong de geschiedenis van de oude stad Pompeï op een aantrekkelijke manier tot leven wekken. Ervaring moet in het park centraal staan maar tegelijkertijd moet het park een didactische functie hebben. Bezoekers moeten een goed beeld kunnen krijgen van hoe de stad Pompeï in de oudheid functioneerde. De verwachting is dat het themapark vooral zal worden bezocht door schoolklassen uit Italië maar dat er ook veel buitenlandse groepen zullen komen.
(Jullie kunnen de teksten in het Nederlands maken. Ze zullen later worden vertaald naar het Engels en het Italiaans.)
Ter inspiratie een paar citaten van filmer en tentoonstellingsmaker Frodo Terpstra:
Het themapark zal bestaan uit een aantal gebouwen (tentoonstellingspaviljoens) die (gedeeltelijke) reconstructies zijn van antieke gebouwen. Als geheel heeft het park de uitstraling van een antieke stad als Pompeï. Aan de paviljoens mogen eigentijdse elementen worden toegevoegd en ze kunnen ook eigentijds zijn ingericht (maar dat hoeft niet).
Je moet in een tweetal één van de volgend paviljoens en de bijbehorende presentatie vormgeven:
De onderwerpen worden verdeeld door loting.
Als presentatievorm kun je bijvoorbeeld denken aan:
Hieronder vind je de 'content', dat waarover de bezoekers in en rond elk paviljoen informatie moeten krijgen.
De bezoeker leren op een speelse en eigentijdse manier hoe in de oudheid een badhuis eruit zag, hoe het functioneerde en wat je er allemaal kon doen. Ze leren de betekenis en inhoud kennen van de volgende begrippen: labrum, caldarium, apodyterium, frigidarium, tepidarium, caldarium, sudatorium, laconicum, labra, praefurnium, hypocaustum, palaestra, natatio, sphaeristerium, unctorium, forica.
De bezoekers leren op een speelse en eigentijdse manier hoe en door wie Romeinse stadshuizen werden bewoond. Verder leren ze de betekenis en inhoud kennen van onder meer de volgende begrippen: tabernae, officinae, vestibulum, atrium, impluvium, cubiculum, triclinium, peristylium, hortus, nymphaeum, oecus, lararium. Ze ervaren hoe deze objecten en ruimtes in het dagelijks leven werden gebruikt en welke meubels en gebruiksvoorwerpen er in te vinden waren. Ze leren ook hoe ze waren versierd (fresco's, mozaïeken), welke technieken daarvoor werden gebruikt en wat de decoraties zoal voorstelden.
De bezoekers leren op een speelse en eigentijdse manier waarvoor een Romeins amfitheater diende en hoe het bij een 'voorstelling' werd gebruikt. Verder leren ze de betekenis en inhoud kennen van onder meer de volgende begrippen: brood en spelen, vomitoria, cuneus, tessera, sparsiones, arena, gladiator, retiarius, murmillo, venationes, munera. Tenslotte leren ze hoe een Romeins amfitheater werd gebouwd en hoe het werd versierd.
De bezoekers leren op een speelse en eigentijdse manier waarvoor, hoe en door wie een Romeinse tempel werd gebruikt. Ze maken kennis met de Romeinse goden en hun 'specialiteiten'. Ze leren hoe een offerplechtigheid in zijn werk ging. Verder leren ze de betekenis en inhoud kennen van de volgende begrippen: peripteros, pseudoperipteros, toscaanse orde, korinthische orde, ionische orde, architraaf, fries, podium, cella, zuil, halfzuil, Penates, Lares, pontifex, pontifex maximus, flamines, augures, suovetaurilia, lustratio, supplicatio, divinatio
De bezoekers leren op een speelse en eigentijdse manier hoe een Romeins theater functioneerde, welke stukken er werden opgevoerd en op welke manier (bijvoorbeeld het gebruik van maskers en kostuums). Ze leren de betekenis en inhoud kennen van de volgende begrippen: praecintio, cavea, orchestra, scaenae, scaenae frons, proscenium, periacti, fabula palliata, fabula atellana, fabula praetexta, fabula togata. Ze maken kennis met de beroemdste Romeinse toneelschrijvers (Plautus, Seneca, Terentius). Tenslotte zien ze reconstructies van fragmenten van klassieke toneelstukken.
De bezoekers leren op een speelse en eigentijdse manier hoe een villa in de omgeving van Pompeii er in de Romeinse tijd uitzag en hoe die functioneerde. Ze leren welke producten en dieren rond de villa werden verbouwd en geteeld, hoe de producten werden bewaard en wat de rol van slaven was
Ze leren de betekenis en inhoud kennen van de volgende begrippen: otium, negotium, villa urbana, villa rustica, villicus, pars dominica, pars rustica, pars fructuaria. Ze leren hoe producten werden verwerkt en welke machines daarvoor werden gebruikt (druiven persen, olijven persen, graan dorsen, wijn rijpen enz.) Ze leren ook hoe de villa's waren versierd (fresco's, mozaïeken), welke technieken daarvoor werden gebruikt en wat de decoraties zoal voorstelden.
De bezoekers leren op een speelde en eigentijdse manier wat mysteriegodsdiensten waren en waarom die zo populair waren in de Romeinse tijd. Ook leren zij over de vroegste vormen van het Christendom in het Romeinse Rijk. De bezoekers komen uiteindelijk in een tentoonstellingsruimte die gaat over een Mithrasheiligdom maar kunnen eerst door andere ruimtes worden geleid. Bezoekers leren de betekenis en inhoud kennen van de volgende begrippen: mysteriecultus, inwijding, inwijdingsriten, reinigingsriten, hiernamaals, mystai, arcanum, drômenon, legomenon, mythos, logos, Dionysische mysteriecultus, Isis, Mithra.
De bezoekers leren op een speelde en eigentijdse manier wat een mausoleum is en hoe de allerrijksten werden bijgezet maar ook hoe normale en arme romeinen omgingen met de dood. Bezoekers leren de betekenis en inhoud kennen van de volgende begrippen: necropolis, sarcofaag, funus, funalia, Charon, grafmonument, pollinctores, libitinarius, columbaria, praeficae, pileati, sandapila, laudatio, ollae, silicernium, manes, visceratio, mausoleum.
Bij alles blijft de oudheid het uitgangspunt. Gebruik dus bij alle onderdelen (archeologisch) bronnenmateriaal om je te verantwoorden.
Download (of haal bij de docent) het inspiratieboekje Voorbeelden Romeinse gebouwen en kleding(PDF) voor voorbeelden.
Download (of haal bij de docent) het formulier planning bij de opdracht Themapark Pompeii(PDF) om jullie werkzaamheden in te plannen.
Samen met een partner maak je van een vel papier van 70 x 100 cm een poster waarop tenminste het volgende te zien en te lezen is:
De verschillende onderdelen kunnen apart worden gemaakt en later worden opgeplakt.
De poster wordt aan de klas getoond en mondeling toegelicht tijdens een 'pitch'
Je leert zelfstandig een onderwerp uit de oudheid te bestuderen.
Je leert op welke manieren je kennis kunt overdragen.
Je leert hoe je een vormgevingsproces moet aanpakken.