```html Vertel een verhaal! | 4 havo | Emmauscollege

Vertel een verhaal!

Van woordweb en beeldonderzoek

naar een verhalend schilderij

4 havo · praktische opdracht

Vertel een verhaal!

Je maakt een groot schilderij waarin iets gebeurt. Vanuit een thema ontwikkel je stap voor stap een eigen beeldend verhaal.

Je begint niet meteen met schilderen. Eerst onderzoek je personen, gebeurtenissen, ruimte, sfeer en compositie in je dummy. Daarna kies je het sterkste idee en werk je dit uit tot een schilderij.

Wat ga je doen?

Een thema onderzoeken, een woordweb maken, beeldmateriaal verzamelen, meerdere composities schetsen en uiteindelijk één verhalend schilderij maken.

Hoe lang?

Deze opdracht loopt gedurende periode 1. Je werkt zowel tijdens de lessen als zelfstandig aan onderzoek en voorbereiding.

Wat lever je in?

Je dummy met zichtbaar onderzoek, het schilderij van 50 × 65 cm, je atelierkaart en de procesbeschrijving.

Eerst weten wat je moet doen

De opdracht

Maak een verhalend schilderij op groot formaat. In het schilderij komen één of meerdere personen voor. Er gebeurt iets: een ontmoeting, conflict, ontdekking, overgang, geheim, avontuur of ander betekenisvol moment.

Gebruik houding, ruimte, compositie, standpunt, kleur, licht en sfeer om het verhaal zichtbaar te maken.

Uiteindelijk heb je

  • een gekozen en onderzocht thema;
  • een uitgebreid woordweb;
  • verzameld en verwerkt beeldmateriaal;
  • meerdere compositieschetsen;
  • zichtbaar beeldonderzoek in je dummy;
  • één definitief schilderij van 50 × 65 cm.

Introductievideo

Bekijk de introductievideo bij de opdracht


Stap voor stap

Zo werk je door de opdracht

1

Kies een thema

Kies een beginpunt dat direct meerdere beelden, situaties en mogelijkheden oproept.

Je hoeft het verhaal nog niet helemaal te kennen. Dat ontstaat tijdens je onderzoek.

2

Maak een woordweb

Onderzoek wie, wat, waar, wanneer en waarom, maar denk ook aan kleur, licht, vorm, ruimte en sfeer.

3

Verzamel beeldmateriaal

Zoek bruikbare beelden voor personen, houdingen, gezichten, voorwerpen, ruimte, licht en sfeer.

4

Onderzoek composities

Maak meerdere kleine schetsen met kader. Verander standpunt, uitsnede, houding, plaatsing en onderlinge verhoudingen.

5

Kies het sterkste ontwerp

Vergelijk je oplossingen. Noteer wat werkt en wat nog verbeterd kan worden. Kies daarna de sterkste compositie.

6

Maak het schilderij

Werk je gekozen compositie uit op 50 × 65 cm en bouw het schilderij van grote vormen naar details op.


Stap 1

Kies een thema

Een thema is geen compleet verhaal, maar een startpunt. Kies iets waarbij je meteen personen, situaties, plekken of gebeurtenissen kunt bedenken.

Hieronder staan mogelijke thema's. Je mag natuurlijk ook zelf een ander thema kiezen.

Van thema naar schilderij

Procesvoorbeeld van woordweb en beeldonderzoek naar schilderij
Voorbeeld: De confrontatie

Iedere keer dat je de pagina opent verschijnt een ander procesvoorbeeld. Klik op het beeld om het groter te bekijken.

Verhaal en spanning

  • Alles op het spel
  • Net niet!
  • De confrontatie
  • Op het randje
  • Het kantelpunt
  • De laatste kans
  • De achtervolging
  • De ontsnapping
  • Niemand zag het aankomen
  • De onverwachte gast

Ontmoetingen

  • Onwaarschijnlijke ontmoeting
  • Oog in oog
  • De vreemdeling
  • De laatste getuige
  • De dubbelganger
  • De boodschapper
  • Een oude bekende
  • De verkeerde persoon
  • Toevallig samen
  • De redder

Fantasie en mysterie

  • De verborgen wereld
  • Tussen droom en werkelijkheid
  • De poort
  • Het geheim achter de deur
  • De vergeten stad
  • Waar niemand komt
  • De tijdreiziger
  • Schijn bedriegt
  • De schaduwzijde
  • De laatste magie

Emotie en symboliek

  • Verwaarloosd
  • Lichtend voorbeeld
  • De gelukzoeker
  • Tegen de stroom in
  • Zonder om te kijken
  • Breekbaar evenwicht
  • De stille kracht
  • Uit balans
  • De overlever
  • Verborgen schoonheid

Avontuur

  • Op onbekend terrein
  • De expeditie
  • Verboden terrein
  • De grens voorbij
  • De verkeerde afslag
  • De verloren kaart
  • Het laatste eiland
  • De oversteek
  • Het onzichtbare spoor
  • De terugkeer

Stap 2 tot en met 5

Voorbereiding in je dummy

In je dummy moet zichtbaar worden hoe je idee ontstaat, verandert en sterker wordt. Eén eerste schets is dus niet genoeg.

  1. Maak een uitgebreid woordweb rond je thema. Denk aan wie, wat, waar, wanneer, waarom, kleur, vorm, licht en sfeer.
  2. Verzamel afbeeldingen voor personen, houdingen, gezichtsuitdrukkingen, voorwerpen, ruimte, licht, kleur en sfeer.
  3. Plak, teken of verwerk dit beeldmateriaal in je dummy.
  4. Maak meerdere kleine compositieschetsen met een kader.
  5. Probeer verschillende standpunten, uitsneden, houdingen en plaatsingen van personen uit.
  6. Noteer bij je schetsen wat goed werkt en wat je nog wilt veranderen.
  7. Kies uiteindelijk de sterkste compositie en werk deze verder uit.

Onderzoeken betekent alternatieven maken

Probeer niet je eerste idee meteen netjes af te maken. Verander dingen bewust: zoom in, verander het standpunt, plaats personen anders, wissel licht en donker om of verander de sfeer.


Stap 6

Het schilderij

  • Schets de gekozen compositie licht op een vel van 50 × 65 cm.
  • Gebruik het hele beeldvlak en werk niet te klein.
  • Zoom in wanneer dat het verhaal of de spanning versterkt.
  • Werk de voortekening niet te gedetailleerd uit met potlood.
  • Schilder eerst het hele werk in een hoofdkleur of sfeerkleur.
  • Bouw het schilderij daarna op met grote vormen en kleurvlakken.
  • Onderzoek licht, donker, kleurcontrast, ruimte en aandachtspunten.
  • Schilder vormen en volumes. Kleur de getekende vlakken niet alleen maar in.
  • Controleer tijdens het werken of gebeurtenis, sfeer en de relatie tussen de personen duidelijk blijven.

Tijdens het werken

Waar let je op?

Verhaal

Er gebeurt iets. De kijker moet kunnen voelen of vermoeden wat er aan de hand is.

Personen

Houding, blikrichting en plaats in het beeld helpen om relaties en spanning zichtbaar te maken.

Compositie

Gebruik het hele beeldvlak. Onderzoek uitsnede, standpunt en aandachtspunt.

Ruimte

De omgeving is niet alleen achtergrond, maar ondersteunt wat er gebeurt.

Kleur en licht

Gebruik kleur, contrast en licht bewust om sfeer en aandacht te sturen.

Onderzoek

Het eindwerk moet zichtbaar voortkomen uit meerdere ideeën en tussenoplossingen in de dummy.

Een schilderij is geen ingekleurde tekening

Bouw vormen op met kleur, licht, donker en penseelstreken. Laat verf het beeld vormen in plaats van alleen potloodlijnen op te vullen.


Praktisch

Bewaren en laten zien

  • Maak een map met daarop je naam.
  • Bewaar hierin al je werk en voorbereidingen.
  • Lever je atelierkaart mee in.
  • Laat tijdens het proces regelmatig zien waar je aan werkt.
  • Alles is afgerond aan het einde van periode 1.

Tijdens en aan het einde

Procesbeschrijving en checklist

Gebruik de procesbeschrijving tijdens het werken. Daarmee kun je controleren welke onderdelen je al hebt onderzocht en uitgevoerd.

Controleer voor het inleveren

  • Heb je een duidelijk thema gekozen?
  • Heb je een uitgebreid woordweb gemaakt?
  • Heb je bruikbaar beeldmateriaal verzameld?
  • Heb je meerdere composities onderzocht?
  • Is zichtbaar waarom je voor je uiteindelijke ontwerp koos?
  • Is het schilderij beeldvullend opgebouwd?
  • Ondersteunen houding, ruimte, kleur en licht het verhaal?
  • Heb je je dummy, schilderij en atelierkaart compleet?

Wat leer je?

Leerdoelen

  • Een verhaal vertellen met beeld.
  • Een beeldend idee vanuit een thema ontwikkelen.
  • Beeldonderzoek en schetsen gebruiken als voorbereiding.
  • Meerdere composities en beeldoplossingen onderzoeken.
  • Werken op groot formaat.
  • Personen en ruimte in samenhang weergeven.
  • Sfeer creëren met kleur, licht en contrast.
  • Zelfstandig een schilderij ontwikkelen en uitvoeren.

← Terug naar de vorige pagina

```