Je maakt een groot schilderij waarin iets gebeurt.
Vanuit een thema ontwikkel je stap voor stap een eigen
beeldend verhaal.
Je begint niet meteen met schilderen.
Eerst onderzoek je personen, gebeurtenissen, ruimte,
sfeer en compositie in je dummy. Daarna kies je het
sterkste idee en werk je dit uit tot een schilderij.
Wat ga je doen?
Een thema onderzoeken, een woordweb maken,
beeldmateriaal verzamelen, meerdere composities
schetsen en uiteindelijk één verhalend schilderij maken.
Hoe lang?
Deze opdracht loopt gedurende
periode 1.
Je werkt zowel tijdens de lessen als zelfstandig
aan onderzoek en voorbereiding.
Wat lever je in?
Je dummy met zichtbaar onderzoek,
het schilderij van
50 × 65 cm,
je atelierkaart en de procesbeschrijving.
Eerst weten wat je moet doen
De opdracht
Maak een verhalend schilderij op groot formaat.
In het schilderij komen één of meerdere personen voor.
Er gebeurt iets: een ontmoeting, conflict, ontdekking,
overgang, geheim, avontuur of ander betekenisvol moment.
Gebruik houding, ruimte, compositie, standpunt,
kleur, licht en sfeer om het verhaal zichtbaar te maken.
Kies een beginpunt dat direct meerdere beelden,
situaties en mogelijkheden oproept.
Je hoeft het verhaal nog niet helemaal te kennen.
Dat ontstaat tijdens je onderzoek.
2
Maak een woordweb
Onderzoek wie, wat, waar, wanneer en waarom,
maar denk ook aan kleur, licht, vorm,
ruimte en sfeer.
3
Verzamel beeldmateriaal
Zoek bruikbare beelden voor personen,
houdingen, gezichten, voorwerpen,
ruimte, licht en sfeer.
4
Onderzoek composities
Maak meerdere kleine schetsen met kader.
Verander standpunt, uitsnede, houding,
plaatsing en onderlinge verhoudingen.
5
Kies het sterkste ontwerp
Vergelijk je oplossingen.
Noteer wat werkt en wat nog verbeterd kan worden.
Kies daarna de sterkste compositie.
6
Maak het schilderij
Werk je gekozen compositie uit op
50 × 65 cm en bouw het schilderij
van grote vormen naar details op.
Stap 1
Kies een thema
Een thema is geen compleet verhaal, maar een
startpunt.
Kies iets waarbij je meteen personen, situaties,
plekken of gebeurtenissen kunt bedenken.
Hieronder staan mogelijke thema's.
Je mag natuurlijk ook zelf een ander thema kiezen.
Van thema naar schilderij
Voorbeeld: De confrontatie
Iedere keer dat je de pagina opent verschijnt een ander
procesvoorbeeld. Klik op het beeld om het groter te bekijken.
Verhaal en spanning
Alles op het spel
Net niet!
De confrontatie
Op het randje
Het kantelpunt
De laatste kans
De achtervolging
De ontsnapping
Niemand zag het aankomen
De onverwachte gast
Ontmoetingen
Onwaarschijnlijke ontmoeting
Oog in oog
De vreemdeling
De laatste getuige
De dubbelganger
De boodschapper
Een oude bekende
De verkeerde persoon
Toevallig samen
De redder
Fantasie en mysterie
De verborgen wereld
Tussen droom en werkelijkheid
De poort
Het geheim achter de deur
De vergeten stad
Waar niemand komt
De tijdreiziger
Schijn bedriegt
De schaduwzijde
De laatste magie
Emotie en symboliek
Verwaarloosd
Lichtend voorbeeld
De gelukzoeker
Tegen de stroom in
Zonder om te kijken
Breekbaar evenwicht
De stille kracht
Uit balans
De overlever
Verborgen schoonheid
Avontuur
Op onbekend terrein
De expeditie
Verboden terrein
De grens voorbij
De verkeerde afslag
De verloren kaart
Het laatste eiland
De oversteek
Het onzichtbare spoor
De terugkeer
Stap 2 tot en met 5
Voorbereiding in je dummy
In je dummy moet zichtbaar worden hoe je idee
ontstaat, verandert en sterker wordt.
Eén eerste schets is dus niet genoeg.
Maak een uitgebreid woordweb rond je thema.
Denk aan wie, wat, waar, wanneer, waarom,
kleur, vorm, licht en sfeer.
Verzamel afbeeldingen voor personen, houdingen,
gezichtsuitdrukkingen, voorwerpen, ruimte,
licht, kleur en sfeer.
Plak, teken of verwerk dit beeldmateriaal in je dummy.
Maak meerdere kleine compositieschetsen met een kader.
Probeer verschillende standpunten, uitsneden,
houdingen en plaatsingen van personen uit.
Noteer bij je schetsen wat goed werkt
en wat je nog wilt veranderen.
Kies uiteindelijk de sterkste compositie
en werk deze verder uit.
Onderzoeken betekent alternatieven maken
Probeer niet je eerste idee meteen netjes af te maken.
Verander dingen bewust: zoom in, verander het standpunt,
plaats personen anders, wissel licht en donker om of
verander de sfeer.
Stap 6
Het schilderij
Schets de gekozen compositie licht op een vel
van 50 × 65 cm.
Gebruik het hele beeldvlak en werk niet te klein.
Zoom in wanneer dat het verhaal of de spanning versterkt.
Werk de voortekening niet te gedetailleerd uit met potlood.
Schilder eerst het hele werk in een hoofdkleur
of sfeerkleur.
Bouw het schilderij daarna op met grote vormen
en kleurvlakken.
Onderzoek licht, donker, kleurcontrast,
ruimte en aandachtspunten.
Schilder vormen en volumes.
Kleur de getekende vlakken niet alleen maar in.
Controleer tijdens het werken of gebeurtenis,
sfeer en de relatie tussen de personen duidelijk blijven.
Tijdens het werken
Waar let je op?
Verhaal
Er gebeurt iets.
De kijker moet kunnen voelen of vermoeden
wat er aan de hand is.
Personen
Houding, blikrichting en plaats in het beeld
helpen om relaties en spanning zichtbaar te maken.
Compositie
Gebruik het hele beeldvlak.
Onderzoek uitsnede, standpunt en aandachtspunt.
Ruimte
De omgeving is niet alleen achtergrond,
maar ondersteunt wat er gebeurt.
Kleur en licht
Gebruik kleur, contrast en licht bewust
om sfeer en aandacht te sturen.
Onderzoek
Het eindwerk moet zichtbaar voortkomen uit
meerdere ideeën en tussenoplossingen in de dummy.
Een schilderij is geen ingekleurde tekening
Bouw vormen op met kleur, licht, donker en penseelstreken.
Laat verf het beeld vormen in plaats van alleen
potloodlijnen op te vullen.
Praktisch
Bewaren en laten zien
Maak een map met daarop je naam.
Bewaar hierin al je werk en voorbereidingen.
Lever je atelierkaart mee in.
Laat tijdens het proces regelmatig zien
waar je aan werkt.
Alles is afgerond aan het einde van periode 1.
Tijdens en aan het einde
Procesbeschrijving en checklist
Gebruik de procesbeschrijving tijdens het werken.
Daarmee kun je controleren welke onderdelen je
al hebt onderzocht en uitgevoerd.