Bij de decoropdracht telt niet alleen het eindontwerp.
Je moet ook zichtbaar maken hoe je ideeën zijn ontstaan
en hoe je na onderzoek tot je uiteindelijke keuzes bent gekomen.
1. Thema onderzoeken
Maak een woordweb of mindmap en verzamel zoveel mogelijk
associaties bij het verhaal, het decor en de opdracht.
2. Kunstenaars en vormgevers
Zoek voorbeelden van decor-, kostuum-
en attractieontwerpers en beschrijf wat je aanspreekt
in hun manier van vormgeven.
3. Beeldmateriaal verzamelen
Verzamel afbeeldingen, kleuren, vormen,
architectuur, kleding en sfeerbeelden
die bij je onderwerp passen.
4. Snelle schetsen
Maak minimaal tien verschillende schetsen.
Voeg korte aantekeningen toe over je ideeën,
keuzes en mogelijke verbeteringen.
5. Beeldend onderzoek
Onderzoek kleur, vorm, licht, ruimte,
compositie, materialen en technieken.
Maak kleine proefjes voordat je beslist.
6. Standpunt innemen
Beschrijf wat je met je ontwerp wilt vertellen
en hoe de voorstelling en beeldaspecten
jouw idee ondersteunen.
7. Definitief ontwerp
Kies in overleg met je docent één ontwerp
en werk dat eerst uit in een duidelijke ontwerptekening.
Ontwerpplan
Beschrijf wat je wilt bereiken, hoe je dat wilt bereiken,
welke materialen je gebruikt en waarom je deze keuzes maakt.
Bewaar alle associaties, afbeeldingen, schetsen,
materiaalproeven, tussenoplossingen en aantekeningen.
Ook afgewezen ideeën zijn onderdeel van je onderzoek.