6V-TE-S01


'Art is not what you see, but what you make others see.'


Edgar Degas

6V-TE-S01

Keuzeopdrachten schoolexamen

Voor het schoolexamen kies je één van de onderstaande opgaven. Je onderzoekt de mogelijkheden van het onderwerp en ontwikkelt vanuit je onderzoek een eigen beeldend werk.

Niet alleen het eindwerk telt. Je verzamelt gedurende het hele proces je ideeën, beeldmateriaal, studies, schetsen, materiaalproeven, tussenoplossingen en keuzes. Samen vormen deze onderdelen jouw collectie.


De opdracht

Maak binnen een termijn van vier maanden beeldend werk dat is gebaseerd op één van de onderstaande opgaven.

De totale studielast voor dit schoolexamen is vastgesteld op 1400 minuten:

  • ongeveer 700 minuten, oftewel 16 lesuren, binnen de reguliere lestijd;
  • ongeveer 700 minuten, oftewel 16 lesuren, in het atelier, tijdens EMC en/of als voorbereiding buiten de les.

Al het beeldende werk wordt op school en onder toezicht gemaakt. Je dummy vormt hierop een uitzondering: daarin mag je thuis je onderzoek, ideeën en planning bijhouden.


Planning en controlemomenten

  • Week 39: dummy – doorloopevaluatie 1.
  • Week 44: studies en schetsen – doorloopevaluatie 2.
  • 12 december: inleveren van het eindwerk en de complete collectie.

De doorloopevaluaties laten zien of je onderzoek voldoende breed is, of je verschillende mogelijkheden hebt uitgeprobeerd en of je ontwikkeling zichtbaar is.


Werkwijze

  1. Kies één opgave die voldoende mogelijkheden biedt voor een persoonlijk en beeldend onderzoek.
  2. Onderzoek het onderwerp. Maak een woordweb of mindmap en verzamel associaties, vragen en mogelijke invalshoeken.
  3. Zoek voorbeelden van kunstenaars en vormgevers die met vergelijkbare onderwerpen of beeldende problemen hebben gewerkt.
  4. Verzamel beeldmateriaal en maak veel verschillende snelle schetsen.
  5. Onderzoek kleur, vorm, licht, ruimte, compositie, materiaal en techniek.
  6. Maak materiaalproeven, alternatieven en tussenoplossingen. Trek conclusies uit je experimenten.
  7. Kies na je onderzoek een richting en werk deze verder uit.
  8. Maak één of meer eindwerken die samenhangen met je studies, schetsen en uitgangspunten.
  9. Vul de procesbeschrijving in en zorg dat je complete collectie je ontwikkeling zichtbaar maakt.

Uitleg en hulpmiddelen

Let op: bovenstaande pagina’s zijn voorgestelde verdiepingspagina’s. Maak de links pas actief wanneer de bestanden daadwerkelijk zijn aangemaakt.


Opgaven

Kies één van de onderstaande opgaven. Een korte titel is bewust open: je onderzoekt zelf welke betekenissen, voorstellingen, materialen en technieken erbij kunnen passen.

1. De ware aard van onbegrepen beesten

Gebruik deze titel als uitgangspunt voor een persoonlijk beeldend onderzoek. Onderzoek wat een beest onbegrepen maakt en wat met de ware aard ervan bedoeld kan worden.


2. Rapen en wedijver

Gebruik de woorden rapen en wedijver als aanleiding voor een beeldend onderzoek. Onderzoek mogelijke letterlijke, symbolische en onverwachte betekenissen.


3. Raamvertelling

Gebruik het begrip raamvertelling als uitgangspunt. Onderzoek hoe meerdere beelden, verhalen, momenten of standpunten binnen één groter geheel met elkaar verbonden kunnen worden.

Lees meer over een raamvertelling en mogelijke beeldende structuren


4. Hoog op de bok van een groot narrenschip

Gebruik deze zin als uitgangspunt voor een eigen interpretatie. Onderzoek begrippen als dwaasheid, macht, richting, gezelschap, leiderschap en ontsporing.

Achtergrond en inspiratie bij het narrenschip


5. (een)

ik droomde van de eerste
idiotenschool in Nederland
van de retards, sexy retards
zonder harde grenzen
verzameld in de aula
waar een prijsuitreiking
gaande was
ik kreeg zilver(folie) want
had het op één na langst
niet getuft op de grond
iedereen wilde aan me zitten
iedereen zat in mijn hoofd
Frederik Jahwe en Jung
(gedachteloos starend
de eigen alwetendheid vergeten
op drift gezet)
zaten op een hek
bovenop een hek

Gebruik de tekst als aanleiding en uitgangspunt voor een beeldende verwerking. Je hoeft de tekst niet letterlijk te illustreren. Onderzoek vooral welke beelden, spanningen, tegenstellingen, sferen en associaties de tekst bij je oproept.


6. Thuis

Ontwerp een leefomgeving voor een gevoelig mens.

Maak in een beeldend onderzoek duidelijk op welke wijze in deze habitat wordt omgegaan met de prikkels van de buitenwereld.

Voer van deze omgeving ten minste één essentieel onderdeel op schaal uit.

Uitleg bij habitat, doelgroep, schaal en ruimtelijk ontwerpen


7. Afbeelding

De onderstaande afbeelding dient als aanleiding en uitgangspunt voor een beeldende verwerking.

Uitgangsafbeelding bij keuzeopdracht 7
Gebruik deze afbeelding als vertrekpunt voor een eigen beeldend onderzoek.

Je hoeft de afbeelding niet letterlijk na te tekenen. Onderzoek bijvoorbeeld de vorm, constructie, functie, omgeving, schaal, geschiedenis of mogelijke nieuwe betekenis van het gebouw.


8. Unplugged

Gebruik het begrip unplugged als uitgangspunt voor een beeldend onderzoek. Onderzoek verschillende betekenissen: losgekoppeld, zonder elektriciteit, offline, onafhankelijk, terug naar de oorsprong of afgesloten van de omgeving.


9. De scharrelaar

Gebruik de titel De scharrelaar als uitgangspunt. Onderzoek wie of wat een scharrelaar kan zijn en welke handelingen, plaatsen, materialen, sporen of verzamelingen daarbij horen.


10. Roaring twenties

Gebruik de Roaring Twenties als uitgangspunt voor een beeldend onderzoek. Onderzoek niet alleen de herkenbare stijl van de jaren twintig, maar ook de tegenstellingen van deze periode: vrijheid en beperking, welvaart en armoede, vernieuwing en onzekerheid.

Achtergrond, beeldcultuur en inspiratie bij de Roaring Twenties


11. Wilbur

Think that’s everything. Go explore.
If you get into trouble, ask yourself:
“What would dodo’s do?”

Gebruik deze tekst als aanleiding voor een beeldend onderzoek. Onderzoek begrippen als ontdekken, verdwalen, uitsterven, avontuur, risico, nieuwsgierigheid en onverwachte oplossingen.


12. Protest

Ontwerp in opdracht van een actiecomité een product voor een protestactie naar keuze. Het product moet mensen bij de actie betrekken.

Het product kan bestaan uit:

  • een serie affiches;
  • verschillende attributen;
  • verschillende kledingstukken.

Presenteer je ontwerpen in een vorm naar keuze.

Werk ten minste één affiche, attribuut of kledingstuk op ware grootte uit.

Uitleg over protestkunst, doelgroep, boodschap en visuele communicatie


13. Een ding

Ik liep laatst over straat en ik zag een ding staan
Ik liep laatst over straat en ik zag een ding staan
Het was een ding met iets daaraan en daar dan van die dingen aan
Ik liep laatst over straat en ik zag een ding staan

Ik zag een eindje verder weer een ding staan
Ik zag een eindje verder weer een ding staan
Het was een ding, daar hing iets aan, daar hingen dan weer dingen aan
Ik liep laatst over straat en ik zag een ding staan

Waarom zijn al die dingen daar ineens maar neergezet?
Is er een dingenmotie aangenomen, of een dingenwet?
Dat in elke straat en elke laan voortaan een soort van ding moet staan
Ik liep laatst over straat en ik zag een ding staan

Toen kwam ik in mijn straat en ik zag geen ding staan!
Ik zag bij mij op straat niet eens een ding staan!
Nergens een ding, met niets daaraan, laat staan met daar weer dingen aan
Ik zag bij mij op straat niet eens een ding staan!

Ik dacht: d’r moet bij mij op straat zo’n ding staan
D’r moet bij mij op straat toch ook een ding staan?
Desnoods een ding met niets eraan, of met misschien één ding eraan!
Dat maakt niet uit, ik vind d’r moet bij mij zo’n ding staan!

Ik schreef een brief: d’r moet bij mij zo’n ding staan!
D’r moet bij mij op straat toch ook een ding staan?
Het liefst een ding met iets daaraan en daar dan van die dingen aan
Ik vind d’r moet bij mij op straat een soort van ding staan!

Er kwam een man die zei: U hebt geen ding staan!
Ik zie bij u op straat niet eens een ding staan!
Daar hoort een ding bij u te staan met daar dan van die dingen aan
U heeft zeer onterecht bij u op straat geen ding staan

Ze kwamen even later met een ding aan
Ze kwamen even later met een ding aan
Het was een ding met iets daaraan en daar dan van die dingen aan
Ze kwamen even later met een ding aan

Nu heb ik ook sinds kort op straat een ding staan
Ik heb sinds kort bij mij op straat een ding staan
Het is een ding met iets daaraan en daar dan van die dingen aan
Goddank heb ik op straat, goddank heb ik op straat,
goddank heb ik op straat nu ook een ding staan!

Gebruik de tekst als aanleiding voor een beeldend onderzoek. Onderzoek wat het onbekende ‘ding’ zou kunnen zijn en welke functie, betekenis, schaal, vorm of relatie met de openbare ruimte het krijgt.


14. Afbeelding

De onderstaande afbeelding dient als aanleiding en uitgangspunt voor een beeldende verwerking.

Uitgangsafbeelding bij keuzeopdracht 14
Onderzoek de afbeelding en ontwikkel vanuit je observaties een eigen beeldende interpretatie.

Wat lever je in?

  • je genummerde studies en schetsen;
  • je materiaal- en techniekonderzoek;
  • je alternatieven en tussenoplossingen;
  • één of meer samenhangende eindwerken;
  • procesbeschrijving deel 1 en deel 2;
  • eventuele foto’s van ruimtelijk, tijdelijk of locatiegebonden werk.

De dummy ondersteunt je proces, maar maakt volgens de werkwijzer geen deel uit van de officiële collectie omdat je daarin ook buiten toezicht mag werken.


Downloads en theorie


← Terug


PRINT Stampa pagina